ECLI:NL:RBDHA:2021:11946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van in rekening gebrachte dwangbevelkosten motorrijtuigenbelasting
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte dwangbevelkosten van €55 in verband met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Hij stelde dat hij voorafgaand aan het dwangbevel om een betalingsregeling had verzocht, maar dit niet bevestigd kon worden met bewijs. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdig om uitstel van betaling heeft gevraagd.
De procedure omvatte een Skype-zitting waarbij eiser telefonisch deelnam. Verweerder heeft het bezwaar behandeld en een uitspraak op bezwaar gedaan waarbij de kosten werden bevestigd. De rechtbank overwoog dat de enkele stelling van eiser onvoldoende was om het bezwaar gegrond te verklaren.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat andere aangevoerde kwesties, zoals beslaglegging op taxi’s, civielrechtelijke zaken betreffen en niet in deze bestuursrechtelijke procedure aan de orde kunnen komen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de dwangbevelkosten zijn terecht in rekening gebracht.