ECLI:NL:RBDHA:2021:1193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen en aanslagen IB/PVV 2014-2016 met opdracht tot nieuwe aanslagen
De rechtbank Den Haag behandelde het geschil tussen eiser en de inspecteur van de Belastingdienst over navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen (IB/PVV) 2014 en aanslagen IB/PVV 2015 en 2016. Verweerder had deze aanslagen opgelegd met bepaalde belastbare inkomens en belastingrente.
Tijdens de procedure erkende verweerder dat hij bij de vaststelling van de aftrekposten giften en zorgkosten te hoge drempels had gehanteerd, waardoor de aftrekbedragen te laag waren vastgesteld. Dit leidde ertoe dat de beroepen in zoverre gegrond werden verklaard.
Een belangrijk geschilpunt betrof de kosten in verband met overige werkzaamheid, waarbij partijen ter zitting een compromis sloten over de bedragen die in aanmerking genomen zouden worden. De rechtbank sloot zich aan bij dit compromis, omdat dit recht deed aan alle feiten en omstandigheden.
Gelet op het compromis en de gewijzigde aftrekposten vernietigde de rechtbank de navorderingsaanslag en aanslagen en droeg verweerder op nieuwe aanslagen op te leggen met inachtneming van deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat geen kosten waren gesteld die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.M. Drok en griffier H.J. Habetian op 16 februari 2021. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslag 2014 en aanslagen 2015 en 2016 worden gegrond verklaard en de aanslagen vernietigd met opdracht tot nieuwe oplegging.