ECLI:NL:RBDHA:2021:11924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument op grond van afhankelijkheidsverhouding volgens arrest Chavez-Vilchez
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en vader van drie minderjarige Nederlandse kinderen, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gebaseerd op het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Haarlem verklaarde dit eerdere besluit gegrond en beval een nieuw besluit.
In het bestreden besluit handhaafde verweerder de afwijzing, stellende dat niet was aangetoond dat sprake was van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat de kinderen het grondgebied van de EU zouden moeten verlaten indien aan eiser geen verblijfsrecht werd toegekend. De rechtbank Den Haag oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem en de specifieke omstandigheden, waaronder de afwezigheid van eiser tussen 2004 en 2018, de sterke affectieve relatie en de kwetsbare situatie van de kinderen.
De rechtbank stelt dat verweerder ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom niet wordt voldaan aan de voorwaarden van paragraaf B10/2.2 van de Vreemdelingenwet en het hogere belang van het kind onvoldoende is meegewogen. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.