ECLI:NL:RBDHA:2021:11902
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens onzorgvuldige belangenafweging
Eiseres, van Salvadoraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege haar familieleven met haar moeder in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af, waarbij onder meer werd gewezen op het onrechtmatig verblijf van eiseres en de mogelijkheid om familieleven in El Salvador voort te zetten. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder een klinisch psychologisch rapport dat de verstandelijke beperking en afhankelijkheid van eiseres benadrukt.
Daarnaast werden de medische situatie van de moeder en stiefvader van eiseres, de onmogelijkheid om zich in El Salvador te verzekeren voor bestaande aandoeningen, en de onveilige situatie in El Salvador niet betrokken in de belangenafweging. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verwierp het beroep van verweerder dat eiseres geen medische vergunning of uitstel van vertrek toekomt, omdat het BMA-advies voldoende inzichtelijk was en eiseres geen concrete aanknopingspunten voor onjuistheid had aangedragen. Ook het verzoek om een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden werd afgewezen omdat de omstandigheden niet voldeden aan de beleidscriteria.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.