ECLI:NL:RBDHA:2021:11614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van asielafwijzing wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding bij minderjarige vreemdelingen
Eisers, twee minderjarige vreemdelingen uit Angola, dienden asielaanvragen in die werden afgewezen zonder dat verweerder ambtshalve toetsing aan reguliere verblijfsgronden uitvoerde. De rechtbank constateert dat de bestreden besluiten onvoldoende ingaan op de door eisers aangevoerde zienswijzen, met name ten aanzien van de artikelen 3.6b en 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder niet heeft voldaan aan de verplichting om bij het niet opleggen van een terugkeerbesluit na afwijzing van de asielaanvraag te onderzoeken of adequate opvang in het land van herkomst aanwezig is, zoals vereist op grond van artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het arrest TQ van het Hof van Justitie. Hierdoor zijn de besluiten onzorgvuldig voorbereid.
De belangen van eisers als minderjarige kinderen zijn onvoldoende meegewogen, terwijl dit volgens het EU-Handvest een essentiële overweging moet zijn. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen en beveelt hernieuwde besluitvorming binnen zes weken.