ECLI:NL:RBDHA:2021:11538
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning met schending hoorplicht en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, een Iraakse nationaliteithebbende die sinds zijn jeugd in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. Hij stelde dat verweerder de hoorplicht had geschonden en onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn psychosociale problematiek, integratie in Nederland en seksuele oriëntatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht zoals bedoeld in artikel 7:2 Awb Pro had geschonden, omdat eiser niet voldoende was gehoord in bezwaar, terwijl zijn persoonlijke situatie en familiebanden een andere belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro konden rechtvaardigen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen na het correct horen van eiser. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na het horen van eiser.