ECLI:NL:RBDHA:2021:11505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van beroep tegen beëindiging opvang asielzoeker
Eiser, een asielzoeker wiens asielaanvraag in 2016 is afgewezen, werd door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bij brief van 2 december 2020 geïnformeerd dat zijn opvang per 28 december 2020 zou worden beëindigd. Eiser stelde beroep in tegen deze aanzegging en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelt dat de brief van het COA geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de feitelijke beëindiging van de opvang voortvloeit uit het eerdere afwijzende asielbesluit van 9 september 2016 en de Vreemdelingenwet 2000. De brief brengt geen zelfstandig rechtsgevolg tot stand en is geen handeling in de zin van de Wet COA.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de aanzegging. Dit oordeel wordt ondersteund door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd en sluit het onderzoek zonder inhoudelijke beoordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de beëindiging van de opvang.