ECLI:NL:RBDHA:2021:11451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek op grond van Vreemdelingenwet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag om uitstel van vertrek werd afgewezen. Het primaire besluit dateert van 11 augustus 2020 en het bezwaar van eiser werd bij besluit van 4 december 2020 ongegrond verklaard.
Tijdens de mondelinge behandeling op 2 augustus 2021 heeft eiser aangevoerd dat hij ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en daarom mocht afzien van het horen in bezwaar. Dit is in lijn met vaste jurisprudentie dat de bestuursrechter mag uitgaan van de juistheid en volledigheid van het BMA-advies, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel worden aangevoerd.
Eiser bracht ter zitting naar voren dat er andere medische klachten zijn die niet zijn onderzocht vanwege zijn financiële situatie, maar deze stelling is pas in beroep naar voren gebracht en leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.