Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 11 maart 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Dit werd bevestigd door het feit dat eiser op 13 juni 2017 al een asielaanvraag in Italië had ingediend en Italië het verzoek tot terugname had aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege zijn bijzondere kwetsbaarheid door medische omstandigheden en de problematische situatie voor asielzoekers in Italië. Hij verwees naar diverse rapporten en jurisprudentie om zijn stellingen te onderbouwen. De rechtbank oordeelde echter dat deze algemene omstandigheden en de medische situatie van eiser niet voldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen acute medische noodsituatie had en dat hij tijdens een eerder verblijf in Italië opvang en medische zorg had ontvangen. Bovendien waren toezeggingen gedaan dat de Italiaanse autoriteiten geïnformeerd zouden worden over eventuele bijzondere behoeften van eiser en dat de overdracht zou worden opgeschort indien die behoeften niet konden worden vervuld.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn overdracht aan Italië zou leiden tot een onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid of dat hij slachtoffer was van mensenhandel met ontoereikende voorzieningen in Italië. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.