ECLI:NL:RBDHA:2021:11020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit wegens onvoldoende motivering medische beperking handelingstempo
Eiseres, werkzaam als ziekenverzorgende en sinds maart 2018 arbeidsongeschikt, heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 63,27% op basis van medische beoordelingen en een functiemogelijkhedenlijst (FML). Eiseres betwist de medische beoordeling, met name het ontbreken van een beperking voor een hoog handelingstempo in de huidige FML, terwijl deze beperking wel in de eerdere beoordeling was opgenomen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de beperking voor hoog handelingstempo is komen te vervallen en dat de medische beoordeling op dit punt onvoldoende is. Voor de overige medische beperkingen acht de rechtbank de beoordeling voldoende gemotiveerd en juist. Ook wijst de rechtbank het verzoek van eiseres af om een deskundige te benoemen, omdat er geen voldoende aanleiding is voor aanvullend onderzoek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage ongewijzigd blijft. Tevens veroordeelt zij het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de beperking voor hoog handelingstempo, met in stand laten van de rechtsgevolgen.