ECLI:NL:RBDHA:2021:10864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker naar België
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Eiser verscheen niet op de zitting en bleek met onbekende bestemming te zijn vertrokken. De gemachtigde van eiser kon niet aangeven waar eiser verbleef en het bleek dat eiser inmiddels in België een asielverzoek had ingediend.
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het procesbelang van een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt afhankelijk van het contact met zijn gemachtigde en diens kennis van het verblijfadres. In dit geval was geen contact meer aannemelijk en was het verblijfadres onbekend.
De rechtbank concludeerde dat eiser kennelijk niet langer prijs stelt op de in Nederland gezochte internationale bescherming en daarom geen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd op 24 september 2021 in het openbaar gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.H. de Zeeuw. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser Nederland heeft verlaten en in België een asielverzoek heeft ingediend.