Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 1], eiser,
[Naam 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de procedure bleek dat eisers sinds september 2020 met onbekende bestemming zijn vertrokken en geen contact meer onderhouden met hun gemachtigde.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State het vertrek met onbekende bestemming impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij er actueel contact is met de gemachtigde. Nu dit contact ontbreekt, concludeert de rechtbank dat eisers geen belang meer hebben bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroep.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang doordat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken.