ECLI:NL:RBDHA:2021:10247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op schadeloosstelling wegens te lage WW-uitkering na VUT-premiecorrectie
Eiser, een voormalig militair met ruim 35 dienstjaren, ontving een te lage WW-uitkering omdat de VUT-equivalente premie ten onrechte werd ingehouden op zijn bezoldiging, wat het sociale verzekeringsloon beïnvloedde. Na een herberekening van het loon en de compensatie van de premie, verzocht eiser om schadeloosstelling voor de te weinig ontvangen uitkering.
Verweerder, de minister van Defensie, erkende de fout maar stelde dat het rechtens niet verplicht was om schadevergoeding te verlenen. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van artikel 115 AMAR Pro, dat de minister een ruime discretionaire bevoegdheid geeft om militairen schadeloos te stellen naar billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de minister in redelijkheid mocht weigeren de aanvullende inkomensschade te vergoeden, mede omdat eiser geen ernstige financiële nood aannemelijk had gemaakt. De rechtbank concludeerde dat het niet toekennen van vergoeding niet in strijd was met billijkheid of goed werkgeverschap.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op schadeloosstelling wegens te lage WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.