ECLI:NL:RBDHA:2021:10039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 16 mei 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam zijn aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betwist de overdracht aan Frankrijk, stellende dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet langer geldt en dat zijn medische situatie overdracht onmogelijk maakt. De rechtbank oordeelt dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd van tekortkomingen in de Franse asielprocedure of opvang, noch van het ontbreken van medische zorg.
De rechtbank stelt dat eiser klachten over opvang en zorg in Frankrijk bij de Franse autoriteiten moet indienen en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit voor hem onmogelijk is. Ook is niet gebleken dat zijn medische situatie specialistische zorg vereist die overdracht verhindert. De Franse autoriteiten worden vooraf geïnformeerd over zijn medische situatie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.