ECLI:NL:RBDHA:2020:9938
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure. Deze aanvraag is bij besluit van 27 juli 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster stelde hiertegen beroep in en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 26 augustus 2020, gelijktijdig met de behandeling van de hoofdzaak (zaaknummer NL20.14886). Verzoekster verscheen met gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en hierover uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier E. de Jong op 10 september 2020. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet openbaar plaats, maar zal deze alsnog openbaar worden uitgesproken zodra dat mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.