ECLI:NL:RBDHA:2020:9936
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 19 augustus 2020.
Hiertegen is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De zitting vond plaats op 9 september 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren; de gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak uitspraak heeft gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is beslist.