Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 9 juli 2020 ingekomen verzoek van:
[X] ,
[Y] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind
- [voornaam minderjarige 1] is door de vader erkend.
- Het hoofdverblijf van [voornaam minderjarige 1] is bij de moeder.
- Bij beschikking van [datum beschikking 1] 2018 van deze rechtbank, hersteld bij beschikking van [datum beschikking 2] 2018, is laatstelijk – voor zover hier van belang – bepaald dat voortaan aan de ouders gezamenlijk het gezag zal toekomen en is een zorgregeling bepaald, waarbij [voornaam minderjarige 1] bij de vader is:
- om het weekend van vrijdag uit school tot maandag naar school en iedere woensdag uit school tot donderdag naar school;
- de helft van de vakanties, in onderling overleg door de ouders en onder regie van de jeugdbeschermer te verdelen.
- Bij beschikking van [datum beschikking 3] 2019 van de kinderrechter van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling over [voornaam minderjarige 1] voor het laatst verlengd van 13 juni 2019 tot 23 november 2019 en is de zorgregeling nog met een dag in de twee weken uitgebreid en – met wijziging in zoverre van de beschikking van [datum beschikking 2] 2018 – bepaald dat [voornaam minderjarige 1] bij de vader zal zijn: op de donderdag niet aansluitend bij - voorafgaand aan - het weekend dat [voornaam minderjarige 1] bij haar vader verblijft.
- De ouders zijn een “borgingsplan na ondertoezichtstelling”/ouderschapsplan overeengekomen, waarbij parallel solo-ouderschap is afgesproken. Communicatie verloopt via [naam] . Volgens dit plan is [voornaam minderjarige 1] bij de vader:
- in de even weken van woensdag uit school tot en met vrijdag uit school;
- in de oneven weken van woensdag naar school tot en met donderdag naar school en van vrijdag uit school tot en met maandag naar school.
Verzoek en verweer
- de moeder te verbieden om met [voornaam minderjarige 1] te verhuizen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat zij ergens anders met [voornaam minderjarige 1] woonachtig is dan thans het geval is, met een maximum van € 100.000,-;
- de moeder te veroordelen in de door de vader in deze procedure gemaakte proceskosten;
- bij wijze van voorwaardelijke verzoeken indien het verzoek om vervangende toestemming om te verhuizen wordt afgewezen maar de moeder alsnog met [voornaam minderjarige 1] verhuist:
- te bepalen dat [voornaam minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft;
- een zorg- en contactregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] te bepalen, conform het verweerschrift;
- indien aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met [voornaam minderjarige 1] naar [plaats] te verhuizen en/of in te schrijven op een andere school: te bepalen dat de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, een latere ingangsdatum te bepalen dan de datum van de door de rechtbank af te geven beschikking, te weten drie maanden, althans een latere ingangsdatum dan de rechtbank geraden acht.