ECLI:NL:RBDHA:2020:9640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Eurodac-registratie
Eiser, een Syrische nationaliteit hebbende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat eiser in het Eurodac-systeem is geregistreerd met de code ‘RO1’, wat duidt op een eerdere asielaanvraag in Roemenië. Volgens vaste jurisprudentie mag de overheid uitgaan van de juistheid van deze registratie, tenzij de vreemdeling dit aannemelijk kan weerleggen, wat eiser niet heeft gedaan.
Eiser voerde aan dat hij in Roemenië niet adequaat zal worden behandeld en dat de coronacrisis overdracht onverantwoord maakt. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en wijst erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de coronacrisis slechts een tijdelijk feitelijk beletsel is dat de verantwoordelijkheid van lidstaten niet aantast.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.