Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
[A], te Leidschendam-Voorburg.
Rechtbank Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg nam een verkeersbesluit om op zeven locaties, waaronder de Wulplaan nabij IJsvogellaan 48, parkeerplaatsen aan te wijzen voor het opladen van elektrische voertuigen. Eiseres maakte bezwaar tegen de locatie vanwege vermeende strijd met criteria uit het Programma van Eisen (PvE)1, zoals bescherming van bomen en locatie nabij woonhuizen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank overwoog dat het college beoordelingsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat het verkeersbesluit dient te voldoen aan de belangenafweging zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. De door eiseres aangevoerde bezwaren, waaronder mogelijke schade aan boomwortels en plaatsing nabij woonhuizen, werden niet voldoende onderbouwd. De rolcontainers ter plaatse worden niet als vaste objecten in de openbare ruimte beschouwd.
Alternatieve locaties genoemd door eiseres werden door het college gemotiveerd afgewezen vanwege spreiding van laadpalen en parkeerdruk. De rechtbank vond de belangenafweging niet onredelijk en stelde vast dat de parkeerdruk in de wijk als geheel was meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit voor de laadpaallocatie aan de Wulplaan wordt ongegrond verklaard.