Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] ( [land] ), eiser
de Staatssecretaris van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond, voor zover bij het bestreden besluit het bezwaar tegen het primaire besluit (kenmerk: 2019-0000109280), ongegrond is verklaard;
- verklaart het beroep gegrond, voor zover bij het bestreden besluit het bezwaar tegen de brief van 15 juli 2019 (kenmerk: 2019-0000109281) ongegrond is verklaard;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het bezwaar tegen de brief van 15 juli 2019 (kenmerk: 2019-0000109281) ongegrond is verklaard;
- verklaart het bezwaar tegen de brief van 15 juli 2019 (kenmerk: 2019-0000109281) niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- wijst het verzoek om verweerder te voordelen in de proceskosten af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden.