ECLI:NL:RBDHA:2020:8702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking en weigering verlenging verblijfsvergunning wegens niet voldoen paspoortvereiste
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden' gekregen nadat hij aangifte had gedaan van mensenhandel. Na sepot van het strafrechtelijk onderzoek op 17 juli 2017 heeft verweerder de vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en de verlenging en wijziging van de vergunning afgewezen.
De rechtbank overweegt dat de intrekking terecht is omdat de vergunning afhankelijk was van een lopend strafrechtelijk onderzoek, dat niet meer bestond. Daarnaast heeft eiser niet kunnen aantonen dat hij vanwege de Liberiaanse autoriteiten niet in het bezit kan komen van een geldig document voor grensoverschrijding, zoals vereist volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
Eiser voerde aan dat hij slachtoffer is van mensenhandel en vreest voor represailles, en dat hij voldoende geïntegreerd is in Nederland. De rechtbank acht dit onvoldoende om af te wijken van het beleid en de wettelijke vereisten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.