ECLI:NL:RBDHA:2020:8683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank overweegt dat Nederland terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
Eiser stelde onder meer dat hij in Frankrijk geen adequate opvang, medische zorg en asielprocedure zou krijgen, mede vanwege zijn medische en psychische situatie. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen niet voldoende zijn onderbouwd en dat de situatie van eiser niet vergelijkbaar is met eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook de coronacrisis vormt geen beletsel voor overdracht.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.