ECLI:NL:RBDHA:2020:862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens niet aannemelijke homoseksuele relatie afgewezen
Eiser, een Ugandese nationaliteit dragende vreemdeling, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste twee zijn afgewezen en onherroepelijk zijn verklaard. De derde aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat deze geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die relevant zijn voor de beoordeling.
Eiser stelde dat hij in Nederland een homoseksuele relatie heeft ontwikkeld en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals zijn opleidingsniveau en culturele achtergrond. Ter onderbouwing overlegde hij diverse verklaringen en documenten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de werkinstructie 2018/9 heeft toegepast en dat het authentieke, individuele verhaal van eiser onvoldoende geloofwaardig was. De verklaringen over de relatie met zijn partner waren vaag en onvoldoende concreet. Ook de overgelegde documenten en verklaringen van derden boden geen feitelijke aanwijzingen die de homoseksuele relatie aannemelijk maken.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser tijdens het gehoor. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de derde asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van een homoseksuele relatie is ongegrond verklaard.