ECLI:NL:RBDHA:2020:8572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser een verzoek om uitstel voor het indienen van een nadere zienswijze heeft gedaan en dat dit uitstel is verleend, maar dat eiser vervolgens geen zienswijze heeft ingediend of om meer uitstel heeft gevraagd. De rechtbank oordeelt dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen en dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld.
Verder is geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Zweden en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet kan. Eiser heeft aangevoerd dat hij in Zweden bedreigd is en zijn recht op geloofsvrijheid is geschonden, maar dit is onvoldoende onderbouwd. Ook de psychische problematiek en de gevolgen van het coronavirus vormen geen reden om het besluit onrechtmatig te achten.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en zorgvuldig tot stand is gekomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.