Art. 7:7 WvggzTijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij manisch psychotische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 17 augustus 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro voor een vrouw met een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type.
De vrouw vertoonde een aanhoudend manisch toestandsbeeld met breedsprakigheid, snel boos worden en desoriëntatie. Zij heeft twee jonge kinderen en verblijft in een accommodatie. De crisismaatregel was op 12 augustus 2020 opgelegd en het verzoek tot voortzetting werd ingediend op 13 augustus 2020.
Tijdens de zitting verklaarde de vrouw dat zij openstaat voor vrijwillige hulp en een goede moeder wil zijn, maar de psychiater gaf aan dat vanwege de aard van de stoornis en de wisselende symptomen nog onvoldoende op vrijwilligheid kan worden vertrouwd.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. De voorgestelde verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor drie weken, tot 7 september 2020.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot 7 september 2020.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/597734 / FA RK 20-5485
Datum beschikking: 17 augustus 2020
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 13 augustus 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. M.J.A. Grimmelikhuijsen te 's-Gravenhage.
Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 augustus 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 12 augustus 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente ‘s-Gravenhage tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 12 augustus 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie (blanco);
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de [arts] , [verpleegkundige] en [coassistent] allen in aanwezigheid van betrokkene;
- de advocaat.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene verklaart dat ze een bijzonder goede nacht heeft gehad zonder nachtmerries.
Betrokkene is bang haar kinderen (8 en 6 jaar) en haar hulphond kwijt te raken. Over haar in de stukken vermelde breedsprakigheid verklaart ze dat die er alleen maar is als de manie er is. Zij praat graag en schrijft gedichten en boeken. Het is misgegaan in 2011. Betrokkene had een goedlopende praktijk en werkte met autistische kinderen en andere kinderen met problemen. Zij is remedial teacher en verklaart erg hoog geschoold te zijn. Wat er is voorgevallen in het [hotel] en in de winkelstraat berust enkel op vergissingen en miscommunicatie volgens betrokkene.
De arts verklaart dat er veel zorgen zijn om mevrouw en dat zij een aanhoudend manisch toestandsbeeld vertoont. Het gaat nu wel iets beter, er is meer sprake van ziektebesef en inzicht, maar de breedsprakigheid blijft. Betrokkene kan snel boos worden en is gedesoriënteerd in haar handelen. Zij moet nog worden ingesteld op medicatie (ook antipsychotica) en dan wordt er toegewerkt naar een soepele overgang naar het ambulantewijkteam
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek, omdat haar cliënte zelf ook inziet dat het belang van de kinderen voorop staat. Betrokkene heeft eerder vrijwillig hulp willen aanvaarden. Zij hoopt op vertrouwen.
Betrokkene geeft desgevraagd aan dat zij openstaat voor een vrijwillig verblijf. Ze doet wat er wordt gezegd. Betrokkene wil alleen maar een goede moeder zijn. Haar kinderen moeten niet worden belast met haar problemen. Betrokkene staat open voor hulp.
De arts geeft aan betrokkene nog onvoldoende te kennen om te kunnen oordelen of de behandeling vrijwillig kan worden voortgezet. Collega’s zien een wisselend beeld en betrokkene kan nog steeds erg snel boos worden. Gelet op de aard van de stoornis kan nog niet voldoende op de vrijwilligheid van betrokkene worden vertrouwd.
De verzochte vormen van verplichte zorg worden doorgenomen.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijke risico op:
ernstig lichamelijk letsel
ernstige psychische schade
maatschappelijke teloorgang
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene komt regelmatig in conflict met anderen en veroorzaakt veel onrust. Tevens heeft zij de zorg voor haar twee jonge minderjarige kinderen, die in de afgelopen periode zijn belast met haar problemen.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een manisch psychotisch toestandsbeeld in het kader van haar schizo-affectieve stoornis, bipolaire type.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
Ter zitting is gebleken dat de overige verzochte vormen van verplichte zorg niet nodig zijn. De rechtbank zal het verzoek in zoverre afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene verklaart nu weliswaar hulp te zullen accepteren, en dit komt ook oprecht over, maar gelet op de aard van de ziekte, die stemmingswisselingen meebrengt en de volgens de psychiater nog steeds aanwezige manische verschijnselen, kan op dit moment niet voldoende op de bestendigheid van die wens worden vertrouwd.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 september 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, rechter, bijgestaan door K.A.M. Boeije als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 augustus 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 augustus 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.