ECLI:NL:RBDHA:2020:7941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank onderzocht of eiser procesbelang had bij het beroep, mede omdat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers meldde dat eiser op 17 juni 2020 met onbekende bestemming was vertrokken.
De gemachtigde van eiser verscheen niet op de zitting en gaf geen reactie op de melding van vertrek. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder kennisgeving vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij anders blijkt uit contact met de gemachtigde.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming.