ECLI:NL:RBDHA:2020:7925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-besluit wegens verstrijken overdrachtstermijn
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van het Dublin-verdrag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting op 3 maart 2020 werd het beroep geschorst in afwachting van duidelijkheid over de overdracht van bijzonder kwetsbare personen aan Italië, mede door vragen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Op 29 juni 2020 trok de Staatssecretaris het bestreden besluit in vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn.
Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de intrekking het gevolg was van veranderde omstandigheden buiten de macht van de Staatssecretaris, namelijk de coronacrisis, en dat geen sprake was van tegemoetkoming aan eiser. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit het gevolg is van veranderde omstandigheden en geen tegemoetkoming aan eiser inhoudt.