ECLI:NL:RBDHA:2020:7912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering wachtgeld na correcties over 2016-2019
Eiser, een voormalig burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie, ontving vanaf 1 juli 2012 wachtgeld na overtolligheidsontslag. Verweerder voerde correcties door op de wachtgelduitkeringen over de jaren 2016 tot en met 2019, waarbij een terugvordering werd vastgesteld vanwege neveninkomsten die niet correct waren verwerkt.
Eiser betwistte de hoogte van de terugvordering en stelde dat het teruggevorderde bedrag niet correct was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om de juistheid van de bedragen gemotiveerd te betwisten. Eiser had onvoldoende onderbouwing gegeven om de berekeningen van verweerder te weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit, inclusief de terugvordering, de rechterlijke toetsing kan doorstaan. Er is geen sprake van schending van procedurele rechten, aangezien eiser niet heeft aangegeven gehoord te willen worden en niet is gebleken dat hij in zijn belangen is geschaad. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van wachtgeld over 2016-2019 wordt ongegrond verklaard.