ECLI:NL:RBDHA:2020:7903
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op basis van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De motivering is dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en er geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland de bescherming niet kan of wil bieden. Eiser heeft niet aangetoond dat hij de Duitse autoriteiten om hulp heeft gevraagd of dat deze hulp is geweigerd.
Ook de gevolgen van de coronacrisis, die tijdelijk overdracht belemmeren, veranderen niets aan de verantwoordelijkheidsvaststelling. Nederland houdt een vinger aan de pols en draagt alleen over wanneer dit verantwoord is. Er is geen aanleiding om het systeem van de Dublinverordening te doorbreken.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 14 juli 2020 door rechter M.C. Verra in aanwezigheid van griffier T.R. Oosterhoff - Vos. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.