Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 april 2020;
- de akte wijziging of concretisering van eis van de zijde van VCP;
- de antwoordakte van [gedaagde] .
2.De verdere beoordeling
uitsluitenddeze verweren van [gedaagde] bij haar beoordeling betrekken. De rechtbank geeft hierbij analogische toepassing aan ECLI:NL:1998:ZC2640, RvdW 1998, 98 en ECLI:NL:HR:2015:2461.
3.De beslissing
woensdag 15 juli 2020voor akte uitlating VCP over (i) het verweer van [gedaagde] dat hier grond is voor matiging van de contractuele boete en (ii) het verweer van [gedaagde] tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad;