ECLI:NL:RBDHA:2020:7054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaarschrift in vreemdelingenzaak
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen een besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken, genomen op 28 augustus 2019. Het bezwaar moest binnen vier weken na bekendmaking van het besluit worden ingediend. Het besluit werd bekendgemaakt op 17 mei 2019, waardoor het bezwaarschrift uiterlijk op 14 juni 2019 ontvangen had moeten zijn. Het bezwaarschrift werd echter pas op 26 juni 2019 ontvangen, wat te laat is.
Eiser voerde aan dat de vertraging te wijten was aan slechte postbezorging op zijn woonlocatie in Marokko, waardoor het versturen en ontvangen van post minimaal vier weken duurde. De rechtbank oordeelde dat dit geen geldige reden is om de termijn te verlengen, omdat de wetgever bij het bepalen van de bezwaartermijn al rekening heeft gehouden met mogelijke vertragingen in de postbezorging. Bovendien geldt de termijn ook voor belanghebbenden in het buitenland en is het aan eiser om ervoor te zorgen dat het bezwaar tijdig wordt ingediend.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het besluit pas na de termijn heeft ontvangen. De bezwaartermijn is een fatale termijn van openbare orde die ambtshalve moet worden beoordeeld. Zonder verschoonbare omstandigheden is het bezwaar niet-ontvankelijk. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend zonder geldige reden.