Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:6872

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2020
Publicatiedatum
22 juli 2020
Zaaknummer
19-9362
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voorlopig verblijf vanwege verblijfsrecht in Italië en geen schending hoorplicht

Eiser, een Somalische nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland om bij zijn echtgenote te verblijven. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiser niet aan alle voorwaarden voldoet.

Eiser stelde dat hij verblijfsrecht ontleent aan het arrest Chavez-Vilchez en dat zijn kinderen niet in Italië kunnen wonen omdat zij geworteld zijn in Nederland. De rechtbank oordeelt dat het verblijfsrecht in Italië blijft bestaan en dat de afwijzing van de aanvraag niet leidt tot het verlaten van het grondgebied van de Europese Unie door de kinderen. Dit is de kern van het arrest Chavez-Vilchez.

Verder is vastgesteld dat de Staatssecretaris de hoorplicht niet heeft geschonden. Het horen is een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure, maar kan achterwege blijven als duidelijk is dat de bezwaren niet slagen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af, waarbij geen proceskosten worden toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/9362

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli in de zaak tussen

[eiser]

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. L. Sinoo),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel “verblijf bij echtgenote [A] ” afgewezen.
Bij besluit van 4 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [1980] en heeft de Somalische nationaliteit. Eiser is getrouwd met [A] en wil graag bij haar in Nederland verblijven. Samen hebben zij vijf kinderen. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen omdat hij niet aan alle voorwaarden voldoet. Eiser is het daar niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld.
2. De rechtbank is van oordeel dat eisers beroep niet slaagt. Eisers stelling dat hij verblijfsrecht kan ontlenen aan het arrest Chavez-Vilchez [1] volgt de rechtbank niet. Eiser heeft immers een verblijfsrecht in Italië. De afwijzing van eisers aanvraag leidt er dus niet toe dat zijn kinderen gedwongen worden om het grondgebied van de Europese Unie (de Unie) te verlaten. De stelling van eiser dat de kinderen niet in Italië kunnen wonen omdat zij opgegroeid en geworteld zijn in Nederland maakt dat niet anders. Deze omstandigheid verandert niet dat eiser verblijfsrecht in Italië heeft en zijn kinderen het grondgebied van de Unie dus niet hoeven te verlaten. Het is juist deze voorwaarde die de kern van het arrest Chavez-Vilchez vormt.
3. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden. Het horen vormt een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure. Verweerder mag alleen van horen afzien als er geen twijfel is dat de bezwaren niet slagen.
De rechtbank is van oordeel dat dat hier het geval is. Alles wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd, heeft verweerder in het primaire besluit al beoordeeld en besproken.
Eisers stelling dat verweerder in het bestreden besluit nieuwe informatie heeft genoemd waarop eiser in bezwaar niet heeft kunnen reageren volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft in het primaire besluit immers ook al overwogen dat eiser geen rechten kan ontlenen aan arrest Chavez-Vilchez omdat hij in Italië een verblijfsvergunning heeft. De beroepsgrond slaagt niet.
4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G.C. Bulten, griffier op 2 juli Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De rechter en griffier zijn beiden verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.