ECLI:NL:RBDHA:2020:6795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag binnen afwijkende beslistermijn
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn en voerde als primaire verweer de uitzonderlijke situatie door het coronavirus aan, waardoor het niet mogelijk zou zijn een redelijke termijn vast te stellen. Subsidiair verzocht verweerder om een haalbare maatwerktermijn en een lage dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat de coronacrisis niet ontslaat van de verplichting tijdig te beslissen en verklaarde het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gezien de capaciteitsproblemen en de coronasituatie werd een afwijkende beslistermijn van maximaal 21 maanden gehanteerd, conform de bovengrens uit de Procedurerichtlijn.
De asielaanvraag was ingediend op 4 december 2018, waardoor de uiterste beslistermijn op 4 september 2020 viel. De rechtbank bepaalde dat verweerder uiterlijk 3 september 2020 een besluit moet nemen en legde een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500. Tevens werden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €262,50.
Uitkomst: De rechtbank legt een afwijkende beslistermijn en een dwangsom op aan de Staatssecretaris voor het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.