ECLI:NL:RBDHA:2020:6579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring sociale woning vanwege verwijtbare woonsituatie
Eiseres diende een aanvraag in voor een voorrangsverklaring op sociale gronden nadat zij haar studentenwoning moest verlaten vanwege de geboorte van haar kind. Zij ging noodgedwongen bij haar ouders wonen, waar de woonsituatie problematisch was. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet buiten eigen schuld en toedoen in een problematische woonsituatie verkeert, aangezien zij bewust koos om bij haar ouders in te trekken ondanks de bekende risico's.
Eiseres stelde dat verweerder het fair play-beginsel had geschonden door niet in te gaan op een beleidslijn waarbij ouders met een kind langer dan een jaar onzelfstandig woonachtig voorrang kregen. De rechtbank oordeelde dat dit geen formeel beleid was en dat verweerder dit beleid niet hoefde toe te passen. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat de situatie van eiseres niet uitzonderlijk genoeg was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht niet inhoudelijk heeft getoetst en dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij geen alternatieve woonruimte kon vinden binnen de gestelde termijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.