ECLI:NL:RBDHA:2020:6486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens verblijfsvergunning in Griekenland
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 omdat eiser reeds op 10 januari 2018 een verblijfsvergunning in Griekenland had gekregen. Eiser betwistte de geldigheid van deze vergunning en de zorgvuldigheid van verweerder, en stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn relocatieprocedure.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht vertrouwen op het Eurodac-resultaat van 20 februari 2020, dat recent en duidelijk was. Eiser droeg onvoldoende bewijs aan dat zijn verblijfsstatus in Griekenland was ingetrokken of dat er sprake was van een administratieve fout. De rechtbank stelde dat het aan eiser is om zijn rechten als statushouder te effectueren en navraag te doen bij Griekse autoriteiten.
Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mocht verweerder afgaan op de informatie van de andere lidstaat. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.