ECLI:NL:RBDHA:2020:6273
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 20 maart 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak via een videoverbinding op 10 juni 2020, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De rechtbank gaf de staatssecretaris de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit binnen 12 weken te herstellen, waardoor nog geen einduitspraak is gedaan.
Gezien het belang van verzoeker om in Nederland te blijven totdat de einduitspraak is gedaan, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.050,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.