In deze civiele procedure tussen DTS International B.V. en Samsung Electronics c.s. heeft de rechtbank Den Haag op 8 juli 2020 uitspraak gedaan over een verzoek tot verbetering en aanvulling van het tussenvonnis van 13 mei 2020. Samsung c.s. verzocht om herstel van kennelijke fouten en aanvulling van het dictum, met name met betrekking tot de definitieve beslissing op de nietigheidsvordering en de proceskostenveroordeling. DTS betwistte het bestaan van een kennelijke fout en stelde dat de rechtbank bewust verdere beslissingen had aangehouden.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een kennelijke fout in het tussenvonnis, aangezien expliciet was bepaald dat verdere beslissingen werden aangehouden. Ook het verzoek tot aanvulling werd afgewezen omdat het vonnis een tussenvonnis betreft waarin proceskostenbeslissingen zijn aangehouden.
Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van DTS om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het tussenvonnis. Gezien de ingrijpende gevolgen van het oordeel dat de Nederlandse delen van de betrokken Europese octrooien nietig zijn, en de onzekerheid over de duur van procedures in andere landen en bij het Europees Octrooibureau, achtte de rechtbank voldoende zwaarwegende redenen aanwezig om van de hoofdregel af te wijken en het tussentijds hoger beroep toe te staan.
De rechtbank wees het verzoek tot verbetering en aanvulling af, stond het tussentijds hoger beroep toe, hield verdere beslissingen aan en verwees de zaak naar de parkeerrol in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep.