ECLI:NL:RBDHA:2020:6042
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting alcoholgebruikonderzoek rijgeschiktheid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om een onderzoek naar zijn alcoholgebruik uit te voeren. Dit onderzoek is gepland op 6 juli 2020. Verzoeker stelde dat het onderzoek onomkeerbare gevolgen zou hebben en dat de bezwaarprocedure daardoor zinloos zou zijn. Tevens wees hij op zijn strafrechtelijke vrijspraak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is omdat het onderzoek geen gevolgen heeft voor de geldigheid van het rijbewijs en de gevolgen niet onomkeerbaar zijn. Ook is de lange periode tussen het besluit en het onderzoek toe te rekenen aan verzoeker zelf, onder meer vanwege het coronavirus en het betalen van de onderzoekskosten.
De vrijspraak in de strafrechtelijke procedure vormt geen reden voor schorsing van het bestuursrechtelijk besluit. De voorzieningenrechter volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat een strafrechtelijke uitspraak geen nieuw feit is en dat bestuursrechtelijke maatregelen losstaan van strafrechtelijke procedures.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van het alcoholgebruikonderzoek is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.