ECLI:NL:RBDHA:2020:6012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en corona-overdrachtsbeletsel
Eiser heeft meerdere asielaanvragen in Duitsland ingediend en vervolgens in Nederland een nieuwe aanvraag gedaan. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser stelde dat hij vanwege psychische klachten en de coronapandemie niet naar Duitsland kon worden overgedragen en dat verweerder een nieuw medisch advies had moeten opvragen. Verweerder stelde dat de coronasituatie een tijdelijk overdrachtsbeletsel is en dat het eerdere BMA-advies nog steeds relevant is.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen actuele medische stukken had overgelegd die een nieuw advies rechtvaardigen. De coronapandemie vormt geen reden om af te wijken van de verantwoordelijkheid van Duitsland. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukte dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat eiser niet heeft onderbouwd dat zijn situatie door overdracht zal verslechteren. De uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.