ECLI:NL:RBDHA:2020:5800
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 9 maart 2020.
Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in en verzocht zij om een voorlopige voorziening. De behandeling van de zaak werd gepland op 24 maart 2020, maar kwam te vervallen vanwege de coronamaatregelen. Partijen stemden in met uitspraak zonder nadere zitting.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep in de bodemzaak (zaaknummer NL20.6248) ongegrond was verklaard, waardoor geen voorlopige voorziening meer nodig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen, en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.