ECLI:NL:RBDHA:2020:5231
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in ontbindingszaak arbeidsovereenkomst
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de ontbindingszaak van haar arbeidsovereenkomst behandelde. Zij stelde dat de rechter onrechtmatig het verweerschrift met producties niet had aangenomen, wat volgens haar wijst op vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een rechterlijke (tussen)beslissing, ook al is die mogelijk onjuist, geen reden kan zijn voor wraking. Er is geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid vastgesteld. De rechter had het verweerschrift als pleitnota toegestaan, maar de producties geweigerd, wat binnen zijn bevoegdheid viel.
De wrakingskamer concludeerde dat de motivering van de beslissing niet kan worden opgevat als blijk van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen omdat geen objectieve schijn van partijdigheid bestaat.