ECLI:NL:RBDHA:2020:5173
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsplicht bij verblijf als gezinslid
Eiseres, een Marokkaanse vrouw gehuwd met een Nederlander, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf bij haar echtgenoot. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en geen ontheffing werd verleend. Eiseres stelde dat haar zeer beperkte cognitieve vaardigheden, bevestigd door medische verklaringen, haar belemmeren het examen te behalen.
De rechtbank overwoog dat het Europese Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepalen dat ontheffing van het inburgeringsvereiste mogelijk is indien het examen onmogelijk of uiterst moeilijk is door objectieve omstandigheden zoals gezondheid. Verweerder had echter voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres passende inspanningen kan leveren, onder meer door het gebruik van een gratis studiepakket voor analfabeten.
De medische verklaringen van de deskundige gaven geen aanleiding tot ontheffing omdat de beperkte cognitieve vaardigheden niet medisch van aard zijn en eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij het examen niet kan afleggen. Ook andere persoonlijke omstandigheden waren door verweerder meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag mvv wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste is ongegrond verklaard.