ECLI:NL:RVS:2015:3655
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over inburgeringseis bij gezinshereniging vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan een vreemdeling met de Azerbeidzjaanse nationaliteit. De vreemdeling had een inburgeringsexamen niet kunnen afleggen vanwege ernstige medische aandoeningen.
Het Hof van Justitie heeft in een prejudiciële uitspraak geoordeeld dat lidstaten een inburgeringsexamen mogen eisen voordat gezinshereniging wordt toegestaan, mits deze eis niet onredelijk of disproportioneel is en rekening houdt met bijzondere omstandigheden die het afleggen van het examen onmogelijk maken. Tevens mogen de kosten van het examen de uitoefening van het recht op gezinshereniging niet onmogelijk maken.
De staatssecretaris stelde dat de Nederlandse regelgeving aanpassing behoeft om aan deze voorwaarden te voldoen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het inburgeringsvereiste strijdig was met de richtlijn, maar bevestigde de uitspraak omdat de vreemdeling inmiddels het examen had behaald en de mvv was verstrekt. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.