ECLI:NL:RBDHA:2020:5171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende man, heeft verschillende aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning in Nederland, onder meer voor verblijf bij zijn minderjarige zoon die rechtmatig in Nederland verblijft. Na eerdere afwijzingen en overdracht aan Italië, diende eiser opnieuw een aanvraag in die werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (nova).
Eiser voerde aan dat de situatie voor asielzoekers in Italië is verslechterd en dat een overdracht aan Italië zou leiden tot langdurige gezinsseparatie, wat in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat eiser geen relevante nova had aangevoerd en dat eerdere beoordelingen reeds rekening hielden met de belangen van het kind en het gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat de enkele verwijzing naar een rapport en interim measures van het Europees Hof onvoldoende was om een nieuw feit aan te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.