ECLI:NL:RBDHA:2020:4841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onjuiste medische grondslag
Eiseres ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering die door het UWV per 10 oktober 2017 werd ingetrokken na een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Eiseres voerde aan dat zij nog steeds volledig arbeidsongeschikt was vanwege diverse psychische aandoeningen waaronder ADHD, PTSS en een persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank benoemde twee onafhankelijke deskundigen, een psychiater en een verzekeringsarts, die verschillende rapporten opstelden over de beperkingen van eiseres.
De verzekeringsarts b&b stelde een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op met beperkingen en een urenbeperking van 6 uur per dag. De psychiater en een tweede verzekeringsarts concludeerden echter dat er aanvullende beperkingen waren, waaronder een ernstiger beperking in handelingstempo en een strengere urenbeperking van 4 uur per dag. De rechtbank volgde de onafhankelijke deskundigen en oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met alle beperkingen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de conclusies van de onafhankelijke verzekeringsarts. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres. De rechtbank zag geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien omdat nader onderzoek noodzakelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WGA-loonaanvullingsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste medische grondslag.