ECLI:NL:RBDHA:2020:473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving last onder dwangsom wegens niet-naleving zorgvuldigheidseisen Houtverordening bij import teakhout uit Myanmar
Twee marktdeelnemers hebben op 10 januari 2017 partijen teakhout uit Myanmar op de interne markt gebracht zonder alle stappen van het stelsel van zorgvuldigheidseisen van de Houtverordening volledig uit te voeren. De Minister van Economische Zaken legde hen een last onder dwangsom op om dit te corrigeren.
De rechtbank oordeelt dat eiseressen belang hebben bij een inhoudelijk oordeel omdat zij schade hebben geleden en toekomstige importbeslissingen willen baseren op het oordeel. De bestreden besluiten zijn bevoegd genomen door het Hoofd van de Divisie Juridische Zaken van de NVWA.
De rechtbank stelt vast dat eiseressen niet alle stappen van het stelsel van zorgvuldigheidseisen hebben uitgevoerd, met name ontbreekt informatie over de kaplocatie en zijn mitigerende maatregelen niet genomen. Het beroep op een Zweedse uitspraak en het betoog dat de last te onbepaald is, faalt. Ook het bezwaar dat voorafgaand aan de last geen schriftelijke waarschuwing is gegeven, wordt verworpen.
De rechtbank concludeert dat de last onder dwangsom terecht is opgelegd en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de last onder dwangsom wegens niet-naleving van de zorgvuldigheidseisen bij import van teakhout uit Myanmar.