ECLI:NL:RBDHA:2020:4698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Italië
Eiser, met de Senegalese nationaliteit, heeft in 2014 in Italië een asielaanvraag gedaan en in 2019 en 2020 in Nederland herhaalde aanvragen ingediend. Nederland nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Nederland verantwoordelijk was omdat de overdrachtstermijn was verstreken en dat hij als kwetsbare vreemdeling moest worden aangemerkt volgens het arrest Tarakhel.
De rechtbank oordeelde dat de overdrachtstermijn rechtsgeldig was verlengd met achttien maanden omdat eiser niet op de geplande overdracht verscheen en niet tijdig had geïnformeerd over zijn afwezigheid. De brief van de Nederlandse autoriteiten aan Italië was voldoende om de verlenging rechtsgeldig te maken. Daarnaast was eiser onvoldoende onderbouwd als bijzonder kwetsbare vreemdeling aan te merken; zijn medische situatie en klachten waren niet van dien aard dat aanvullende garanties vereist waren.
De rechtbank concludeerde dat de Italiaanse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de asielaanvraag en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.