ECLI:NL:RBDHA:2020:4547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering medische beoordeling
Eiser ontving een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die per 13 maart 2018 werd beëindigd op grond van een nieuwe beoordeling dat hij slechts 20,66% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de medische stukken onvoldoende waren betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) niet adequaat inging op de door eiser ingediende medische informatie. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die een extra beperking op sociaal functioneren constateerde, wat leidde tot een aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De arbeidsdeskundige concludeerde dat ondanks deze aanpassing voldoende functies beschikbaar zijn waardoor de arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft. Daarom was het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering terecht, maar vanwege de onvoldoende motivering werd het besluit vernietigd en de rechtsgevolgen in stand gelaten.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.