ECLI:NL:RBDHA:2020:4307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-toekenning bijstand met terugwerkende kracht
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag om bijstand ingediend, waarvan de eerste twee aanvragen buiten behandeling zijn gesteld en niet zijn aangevochten. De derde aanvraag van 12 mei 2019 werd aanvankelijk afgewezen, maar na bezwaar toegekend met ingang van die datum. Eiser vordert bijstand met terugwerkende kracht vanaf 20 februari 2019, de datum van de eerste aanvraag.
De rechtbank overweegt dat de buiten behandeling stelling geen afwijzing is, waardoor de aanvraag van 12 mei 2019 als een eerste aanvraag moet worden beschouwd en niet als een herhaalde aanvraag. Dit betekent dat het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht kan worden verleend, blijft gelden.
Omdat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een afwijking van dit uitgangspunt rechtvaardigen, is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en bijstand met terugwerkende kracht wordt niet toegekend.