ECLI:NL:RBDHA:2020:3881
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens beschikbaarheid en toegankelijkheid behandeling in Marokko
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit en ernstige psychische problematiek waaronder schizofrenie en paranoïde psychose, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat terugkeer naar Marokko zou leiden tot een medische noodsituatie. Verweerder wees dit verzoek af op basis van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat noodzakelijke behandeling in Marokko beschikbaar is en dat eiseres in staat is te reizen.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke behandeling niet beschikbaar is, ondanks rapporten over capaciteitsproblemen en kwaliteit van geestelijke gezondheidszorg in Marokko. Het BMA-advies werd als objectief en inzichtelijk beoordeeld en eiseres bracht geen concrete aanwijzingen voor onjuistheid daarvan aan.
Ook de stelling dat de behandeling niet toegankelijk is wegens gebrek aan sociaal netwerk en financiële middelen werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin de bewijslast bij de vreemdeling ligt om ontoegankelijkheid aan te tonen. Bovendien werd geoordeeld dat eiseres in staat is te reizen, mede omdat zij in Nederland hulp kan inroepen voor het regelen van medische overdracht.
Daarom concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen omdat de hoofdzaak reeds was beslist.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.